Eén glasvezelpaar kan veel meer dan één signaal vervoeren. Met wavelength division multiplexing (WDM) stuurt u meerdere lichtkleuren — golflengtes — tegelijk over dezelfde vezel, elk met een eigen, onafhankelijk datakanaal. De twee gangbare varianten zijn CWDM en DWDM. In dit artikel leest u hoe beide technieken werken en wanneer u welke kiest.
Waarom WDM op een dark fiber-verbinding?
Op een dark fiber-verbinding tussen twee locaties bepaalt uw eigen apparatuur de capaciteit. Zonder WDM gebruikt u het vezelpaar voor één verbinding, bijvoorbeeld 10 Gbit/s. Met WDM-apparatuur splitst u het licht in meerdere kanalen: het ene kanaal voor dataverkeer, het andere voor storage-replicatie, een derde voor telefonie — allemaal fysiek gescheiden over dezelfde vezel. Zo groeit de capaciteit zonder dat er ooit een nieuwe vezel hoeft te worden aangelegd.
CWDM: kostenefficiënt voor kortere afstanden
Coarse wavelength division multiplexing (CWDM) gebruikt relatief breed uit elkaar liggende golflengtes. Daardoor volstaan eenvoudige, vaak passieve multiplexers (MUX/DEMUX) zonder eigen stroomvoorziening. Kenmerkend voor CWDM: doorgaans 2 tot 18 kanalen per vezelpaar, een bereik tot circa 80 kilometer (afhankelijk van demping en apparatuur) en aanzienlijk lagere kosten dan DWDM. Voor verbindingen binnen een stad of regio — de meeste verbindingen tussen twee bedrijfslocaties — is CWDM meestal ruim voldoende.
DWDM: maximale capaciteit en afstand
Dense wavelength division multiplexing (DWDM) pakt de golflengtes veel dichter op elkaar. Daardoor passen er 40 of meer kanalen op één vezelpaar, en met versterkers overbrugt DWDM honderden tot duizenden kilometers. Die dichtheid vraagt om preciezere — en duurdere — apparatuur met stabiele lasers en actieve koeling. DWDM is de standaardkeuze voor datacenterinterconnects en situaties waarin de capaciteitsbehoefte blijft groeien.
CWDM of DWDM: de vuistregel
| Kenmerk | CWDM | DWDM |
|---|---|---|
| Aantal kanalen | Doorgaans 2–18 | 40 en meer |
| Bereik | Tot ± 80 km | Honderden tot duizenden km (met versterking) |
| Apparatuur | Eenvoudig, vaak passief | Precisielasers, actief gekoeld |
| Kosten | Relatief laag | Hoger, schaalt met kanalen |
De vuistregel: kies CWDM voor regionale verbindingen met een overzichtelijke capaciteitsbehoefte, en DWDM wanneer afstand of kanaaldichtheid het vraagt. Omdat u bij dark fiber zelf de apparatuur kiest, kunt u bovendien klein beginnen met CWDM en later migreren naar DWDM — de vezel blijft dezelfde.
Benieuwd wat dit betekent voor een verbinding tussen uw twee locaties? Lees meer over het verbinden van twee bedrijfslocaties of start direct de locatiecheck.